Veel mensen wantrouwen gevoelens omdat ze soms in strijd zijn met verstand en opvattingen. Vaak ook zijn mensen bang voor hun gevoelens, en dan vooral voor de zgn. negatieve gevoelens. Dus proberen ze de negatieve gevoelens uit te bannen, te onderdrukken. Dat lukt vaak wel een tijdje, maar dan blijkt dat ook de positieve gevoelens verdwijnen.
En een van de kenmerken van een gevoel is, dat het komt, maar ook weer gaat. Er is een konstante stroom van gevoelens, zowel plezierige als onplezierige. Panta rhei, alles stroomt, alles komt, maar gaat ook weer. Als je dat in de stroom van gevoelens kunt ervaren, worden deze vanzelf minder bedreigend.

Door gevoelens te benoemen, erover te praten, worden het ervaringen die behalve mededeelbaar, ook navoelbaar zijn, zowel voor jezelf als voor anderen. Dat betekent dat je deze ervaring kunt gebruiken als referentie kader, in het heden maar ook in de toekomst.
En doordat een ervaring meerdere malen kan terugkeren, of zelfs een vaste cyclus van terugkeer heeft, zoals de seizoenen, geeft het de mogelijkheid om je gevoelens te herkaderen, te herbenoemen, er fijnere nuances in aan te brengen. Dit biedt in de toekomst de mogelijkheid om gevoelens preciezer te ervaren.
Het hardop uitspreken van ervaringen en gevoelens maakt dat ze op een andere manier door de hersenen verwerkt worden. Je hebt daardoor makkelijker toegang tot deze gevoelens.

Het jezelf steeds weer iets voornemen is een teken van kracht, van moed, ook al kan de uitvoering mislukken. Mensen focussen vaak op de mislukking, -de ‘zwakte’- en niet op voornemen, de ‘kracht’. Luctor et emergo, ik worstel en kom boven.